Johannes Versteegen

Ouders: Joannes Versteegen en Johanna Wilhelmina Schrijver
Geboorte: 24 oktober 1831, Herwen en Aerdt – Rijnwaarden – Gelderland
Huwelijk: 2 oktober 1863, Bergh – Montferland – Gelderland
Huwelijkspartner: Christina Ebbing
Overlijden: 10 januari 1903, Stokkum – Bergh – Montferland – Gelderland

 

Geboorte

Johannes, roepnaam waarschijnlijk Jan, want hij tekent diverse malen met die naam, wordt geboren op 24 oktober 1831 in Herwen en Aerdt als zoon van Joannes Versteegen en Johanna Wilhelmina Schrijver.

Jan is het tweede kind van Joannes en Johanna. Hij heeft één ouder zusje en twee jongere zusjes en drie broers. Hij maakt veel mee want een flink aantal van zijn broers en zussen halen de volwassen leeftijd niet.

Rechts een kaart uit 1832 van de omgeving waarin Jan geboren is en waar hij overigens niet heel lang woont. Het broertje dat in 1834 geboren wordt, Hendrikus, komt in Bergh ter wereld, als broertje Jacobus geboren wordt in 1837 woont het gezin in Stokkum.

Huwelijk

Jan trouwt op 2 oktober 1863, hij is dan 32 jaar oud,  met de 2 jaar jongere Christina Ebbing. Geertruida wordt op 2 maart 1834 in Bergh geboren als dochter van Wilhelmus Ebbing en Theodora Wegman. Het echtpaar krijgt 6 dochters en 1 zoon.  Waarschijnlijk sterven de meeste dochters op jonge leeftijd, er zijn geen trouwaktes van ze te vinden, maar ook geen overlijdensaktes, dus we kunnen dit niet met zekerheid stellen. In ieder geval bereiken wordt hun oudste dochter, Johanna, 77 jaar oud en enige zoon Willem bereikt de leeftijd van 67.

Christina overlijdt 6 jaar na Willem op 16 januari 1909 in Stokkum. Ze is 74 jaar oud geworden.

Kinderen

Voornamen Geboortedatum Geboorteplaats
Johanna Wilhelmina 4 september 1864 Stokkum – Bergh- Gelderland
Elisabetha 4 november 1865 Stokkum – Bergh – Gelderland
Maria Theodora 24 december 1867 Stokkum – Bergh – Gelderland
Wilhelmus Albertus 7 maart 1869 Stokkum – Bergh – Gelderland
Theodora Berendina 9 december 1870 Stokkum – Bergh – Gelderland
Anna Christina 2 oktober 1872 Stokkum – Bergh – Gelderland
Hendrina Anna Mechtilda 15 december 1875 Stokkum – Bergh – Gelderland

Werk

Nationale Militie

Helaas voor Johannes wordt hij ingelijfd bij de Nationale Militie alwaar hij diende van 27 februari 1852 tot 15 mei 1857, hij was dus militair van zijn 20ste tot zijn 25ste levensjaar. Hij trouwt pas als hij 32 jaar oud is. Misschien heeft dat mede iets te maken met deze dienstplicht. Hij kan immers pas een eigen bestaan op gaan bouwen als hij al 25 jaar oud is. Een betrouwbare echtgenoot zorgde er voor dat hij een toekomstige partner en kinderen een goed onderkomen en bestaan kon bieden. Misschien heeft Johannes hier zo’n 6 jaar voor nodig gehad.

Nationale Militie

In Nederland werd in 1811 de dienstplicht (conscriptie) ingevoerd. Vóór de Franse overheersing bestond het leger uit vreemdelingen, landlopers en avonturiers. In 1814 werd bepaald dat op iedere 100 inwoners één militielid moest worden aangewezen. Op 27 februari 1815 werd daartoe de eerste Militiewet van kracht en deze werd twee jaar later vervangen door de wet voor oprichting van de Nationale Militie.

Loting
Omdat er met vrijwilligers alleen niet aan de norm werd voldaan, bestond de Nationale Militie vanaf toen, naast de vrijwilligers, uit ingelote dienstplichtigen. Voor de loting moest iedere mannelijke inwoner die dat jaar zijn negentiende levensjaar zou bereiken zich inschrijven in de woonplaats van zijn ouders. Een provincie werd daarvoor ingedeeld in militiedistricten van circa 100.000 inwoners, die vervolgens werden ingedeeld in ieder tien kantons. Er werd geloot per kanton.

Vrijstelling
Wie ingeloot werd, kon eerst proberen vrijstelling te krijgen. Bijvoorbeeld omdat hij te klein was (kleiner dan 1,55 meter), een lichamelijk gebrek had, dat een of meerdere broers al in dienst waren (van een gezin met een even aantal zoons moest de helft in dienst, van een oneven aantal het kleinere deel), of dat hij bijvoorbeeld theologie studeerde. In de meeste gevallen werd hij een jaar vrijgesteld en moest hij zich het volgende jaar opnieuw aanmelden. Dit tot een maximum van vijf tot zeven jaren, evenredig aan hoe lang de dienstplicht op dat moment duurde. Dit verklaart waarom een persoon soms in meerdere militieregisters van verschillende jaargangen te vinden is. Deze persoon moest dan op herhaling komen.

1855 - leger

Dagloner

Een dagloner is een arbeider die per dag werd betaald en die met name in de land- en tuinbouw werkte.

De dagloner had geen vaste betrekking en verdiende daardoor niet als er geen werk voorhanden was. Toch was hij met zijn gezin vaak afhankelijk van één boerderij, waarbij hij op loopafstand woonde.
We weten niet bij welke boerderij of boerderijen Jan gewerkt heeft, maar de kans is vrij groot dat hij vlak bij huis, in Stokkum gewerkt heeft.

Er was in die tijd een aantal grote boerderijen in Stokkum, dat een klein dorp is als het gaat om het aantal huizen en inwoners, maar een groot oppervlakte beslaat vanwege alle landerijen. In 1888 werden de gemeenschappelijke of gemene gronden verdeeld onder een aantal Stokkumse boeren.
Namen van de boerderijen: Barlhezegoed, Camphuysengoed, Engelbert Poorengoed, Grijsegoed, Louwermans Kaatstede, ‘aen de Capelle gelegen’, Moelemansgoed, Rozenkampshof, Vinckenhoff

Vlak bij de grens

Johannes woont zijn leven lang vlak bij de grens met Duitsland en we mogen aannemen dat hij de grens regelmatig overstak. Een van de grensposten vlakbij was op de Emmerikseweg 15 in ‘s-Heerenberg. dat huis, te zien op de foto, was het oudste grenskantoor van ‘s-Heerenberg. De officiële naam luidde destijds ‘s-Heerenberg-West – Heerenbergerbrücke. De brug 100 meter verderop loopt over het grenskanaal de Wetering. Dit kanaal geeft de grens met Duitsland aan.

Emmerikseweg 15 - Bergh - grensovergangBij Koninklijk Besluit van 10 december 1822 werd bepaald dat dit grenskantoor te ‘s-Heerenberg per 1 januari 1823 was aangewezen als kantoor voor ‘expeditie voor het inkomen in het Rijk aan landzijde, zijnde tegelijkertijd kantoor van laatste visitatie bij uitgaan’. In 1851 werd deze bevoegdheid uitgebreid tot de in-en uit- en doorvoer van accijnsgoederen. Hierdoor werd het een heel belangrijk grenskantoor.
Het was ook een belangrijk kantoor vanwege de grensoverschrijdende tramlijn Emmerik-Zutphen. Deze lijn bestond van 1902 tot 1954 en er liep zowel personen- als goederentransport overheen. De vraag is of Johannes er nog gebruik van heeft gemaakt, hij overlijdt al een jaar na de opening van de tramlijn. Hij zal er toch zeker naar gekeken hebben, want het was voor Bergh en omstreken een nieuwe manier van vervoer.

Tramlijn Zutphen – Emmerik

In 1902 werd de N.V. Tramwegmaatschappij Zutphen – Emmerik opgericht. Het stationsemplacement en de werkplaats werd gevestigd aan de Ds. Van Dijkweg/Hofstraat, waar nu schouwburg Amphion is. De tram kwam Doetinchem binnen bij het café in de Kruisberg en verliet de stad weer via de Gaswal en de brug over de Oude IJssel richting Wijnbergen en Emmerik. Een heel klein stukje rails is nog steeds te zien in het wegdek van de (fiets)brug. De laatste tram reed in 1933. Deze maatschappij werd vanwege te weinig passagiers in 1939 opgeheven.
In het Nieuws van de Dag wordt op 10 september 1902 bericht over de komst van de tram.
Johannes zal toch zeker de tram door ‘s-Heerenberg hebben zien rijden. Dat was op maar een paar km afstand van Stokkum. Mogelijk heeft hij ook de tram in Zeddam gezien. Daar was zelfs een koffiehuis bij de halte waar mensen voor of na de rit met de stoomtram konden verpozen. We zien er bovenstaand een foto van uit 1904 samen met één van de locomotieven van de stoomtram. Een van de vier locomotieven die in gebruik waren heette Suffe Hendrik. Suffe Hendrik is links te zien.
Rechts het station van ‘s-Heerenberg voor het klooster.
Tram in 's-Heerenberg

Oude dag

Stokkum-kerkstraat
Johannes overlijdt op 71 jarige leeftijd op 10 januari 1903. Hij maakt nog net de 20ste eeuw mee. Gezien zijn leeftijd zal hij al gestopt zijn met werken, hoewel hij geen pensioenvoorzieningen gehad zal hebben anders dan dat wat hij mogelijk gespaard had. Dat zal niet veel geweest zijn, want zijn inkomen was immers niet hoog en niet stabiel als dagloner.

Van een wettelijke regeling was pas sprake in 1918. Mede onder druk van de oproep van Troelstra tot revolutie, worden de zogenaamde Talma-wetten aangenomen door het parlement. Talma laat werkgevers én werknemers betalen, aangevuld met een bijdrage door de staat. Het pensioen gaat in op het vijfenzestigste levensjaar. De wettelijke grondslag is het loondienstverband. Zelfstandigen kunnen zich vrijwillig verzekeren, maar doen dat nauwelijks.

Johannes zou als dagloner als zelfstandige gezien worden, hij wordt immers per dag ingehuurd. Tegenwoordig zou hij ZZP-er genoemd worden (zelfstandige zonder personeel).

Vanaf 1947, 9 jaar na het overlijden van de zoon van Johannes, Wilhelmus, worden allerlei wettelijke regelingen getroffen op het gebied van ouderdomsvoorzieningen. De bestaande pensioenfondsen worden aan regelingen gebonden, de AOW wordt ingevoerd, tezamen met allerlei spaarregelingen die ‘duurzaam persoonlijk bezit onder brede lagen van de bevolking’ moeten bevorderen. Daarmee ontstaat een ‘pensioenlandschap’ dat we heden ten dage ook nog kennen.

 

Bronnen: Gelders Archief, Nationale Militie Registers, Wikipedia, geschiedenisinbedrijf.nl, Mijn Gelderland – verhaal over grenskantoor en stoomtram, Delpher, Bergapedia

 

Terug naar het schema