Kinderen van Petrus Hendricus Everhardus van de Kamp

Deze pagina gaat over de kinderen van Petrus Hendricus Everhardus van de Kamp en Johanna Elisabeth Kok, een echtpaar met voorouders uit Diemers, een streek in Gelderland. Het hele gezin van de Kamp verhuist rond de eeuwwisseling naar Rotterdam, de kinderen eerst. Hoe is het de kinderen vergaan?

Over Petrus en Johanna

Petrus en Johanna trouwen in 1866 in Didam, Gelderland. Hij is 28, zij is pas 18 jaar oud. Petrus komt uit een geslacht van onderwijzers en kosters en wat verder terug landbouwers en bestuurders. Johanna is de dochter van Wilhelmus Theodorus Kok en Engelina Stapelbroek. Vader Wilhelmus is winkelier en bakker. Het geslacht Kok kent vele voorouders uit Oud Zevenaar, idem voor het geslacht van de Kamp.
Petrus werkt wellicht in de bakkerij van schoonvader Wilhelmus, in ieder geval is hij ook winkelier en waarschijnlijk ook bakker tot ca. 1885, maar zijn winkel kan ook in andere producten geweest zijn, zoals kaas, boter en eieren. Vanaf maart 1881 verblijft het gezin nog een tijdje in Rotterdam. Drie dagen na verhuizing wordt dochter Elisabeth Johanna geboren. Petrus wordt ook hier winkelier.
Rond 1885 verhuist het gezin naar Arnhem en pakt Petrus het beroep weer op dat hij had voor zijn huwelijk geheel in de traditie van de van de Kamps, namelijk onderwijzer.
In 1904 verhuist het echtpaar naar Rotterdam een aantal van de kinderen achterna.
Johanna en Petrus bereiken een mooie leeftijd, ze worden respectievelijk 72 en 78 jaar oud.

Op de bovenstaande foto (ingekleurde foto van rond 1900) is de Beurs en station Beurs (tegenwoordig station Blaak) te zien. In de verte komt de stoomtrein aan. Waarschijnlijk zal het gezin van de Kamp ook de trein genomen hebben vanaf Arnhem naar Rotterdam.

Broers en zussen van de Kamp

Onderstaand de kinderen van Petrus en Johannes en hun geboortedata.

Voornamen Geboortedatum Geboorteplaats
Theodorus Engelbertus 15 februari 1867 Zevenaar – Gelderland
Willem David 12 februari 1868 Zevenaar – Gelderland
Engelina Maria 4 juni 1869 Zevenaar – Gelderland
Gerardus Petrus 15 maart 1871 Zevenaar – Gelderland
Maria Petronella 30 oktober 1872 Zevenaar – Gelderland
Johannes Richardus 11 juli 1874 Zevenaar – Gelderland
Elisabeth Johanna 4 maart 1877 Zevenaar – Gelderland
Theodora Christina 23 februari 1879 Zevenaar – Gelderland
Elisabeth Johanna 11 maart 1881 Rotterdam – Zuid-Holland
Petrus Theodorus 11 juni 1883 Arnhem – Gelderland
Henricus Hermanus 30 mei 1887 Arnhem – Gelderland

Het is een hecht gezin. We zien dat veel van de kinderen samen zaken doen, elkaar helpen aan woonruimte en werk. Ook de aangetrouwde familie draagt een steentje bij.

Waar vader Petrus terugkeert naar het traditionele beroep van de van de Kamps, onderwijzer, doen zijn kinderen dat niet. Zij storten zich bijna allen op eigen bedrijven in brood en banket en in melk, boter en kaas. Uitzondering zijn Willem en Johannes die zich meer richten op vakwerk (timmerman en behanger) en op de onroerend goed handel. Van Theodora weten we niet waar ze werkte, ze was winkeljuffrouw. De kans is aanzienlijk dat ze in dienst was bij één of meerdere van haar broers en zussen.

De familie van de Kamp maakt goed gebruik van de snel groeiende stad Rotterdam en grijpt alle kansen aan. Zoals het indertijd een goed katholiek echtpaar betaamde, stichtten alle broers en zussen op één uitzondering na, gezinnen. Theodora blijft vrijgezel en Theodorus trouwt wel, maar blijft kinderloos. We weten dat tenminste drie kleinkinderen, Peter, een zoon van Johannes, Coenraad, een zoon van Elisabeth en Petronella, een dochter van Petrus wel de traditie van de van de Kamps voortzetten en onderwijzer(es) worden.

Op bovenstaande foto zien we een gezin dat rond 1890 gefotografeerd is. Het zijn niet de van de Kampjes helaas.

Theodorus Engelbertus

Als Theodorus in Rotterdam arriveert trekt in bij de familie Jansen op de Katshoek 15. Achtereenvolgens woont hij op de Rechter Rottekade 119, bij van der Sluis, op de Goudseweg 4 bij van der Stroom, op de Noordsingel no.9, no. 23, no. 33, no. 23 bij Menting.

Theodorus trouwt op 20 november 1901 in Rotterdam met Maria Helena Vreeburg geboren in Zoeterwoude, komende uit Leiden. De bruid is 31 jaar oud, de bruidegom is 34. Volgens het bevolkingsregister is dat ook de datum dat zij zich in Rotterdam vestigt. Het jonge paar kan zo intrekken in het huis dat Theodorus al bewoont vanaf 26 september 1900 in de Bajonetstraat 53.

Uit advertenties uit de krant kunnen we opmaken dat op dit adres een bakkerszaak gevestigd is, maar dat men ook geïnteresseerd is in iemand die melk kan verkopen. Zie de advertentie rechts uit de Rotterdamsche Courant van 11 oktober 1900. Of Theodorus nu ingaat op deze advertentie of dat hij degene is die hem plaatst is niet duidelijk.

Het is niet duidelijk wanneer er verhuisd wordt, maar waarschijnlijk voor 1921 bewoont het gezin nummer 49 in dezelfde straat en daar is later ook in ieder geval vanaf 1923 electrische bakkerij W. v.d. Sluijs gevestigd. Het echtpaar neemt in de periode 1912 tot 1914 het negen jaar jongere zusje van Maria, Jacoba Anna, in huis.

Het laatste adres lijkt de Schiedamscheweg te zijn en wel nummer 22b. Daarvoor woont men al in dezelfde straat 36a en (waarschijnlijk, het is moeilijk te lezen) op nummer 72.

Theodorus is meester bakker, dat zien we bevestigd in een oprichtingsakte. We zien op dezelfde akte twee van zijn broers staan, Gerardus Petrus, Petrus Theodorus en Theodorus Engelbertus. Wie we niet zien is Willem David, die toch initieel ook bakker lijkt te zijn, maar dat volledig verruilt voor het handelen in vastgoed en of het verhuren daarvan.

We zien in de kranten geen bewijs dat Theodorus een eigen zaak zou hebben. Mogelijk werkte hij samen met of Gerardus, of Petrus.

Hij overlijdt op 24 april 1931 in Rotterdam, hij is 64 jaar oud geworden. Zijn weduwe overlijdt op 8 juli 1958 in Rotterdam. Het echtpaar is kinderloos gebleven.

Op de foto staat de Schiedamseweg. De foto is rond de datum van overlijden van Theodorus genomen

Willem David

Zoon Willem trouwt op 2 februari 1897 in Rotterdam met Maria Antoinetta Roy uit Salsbergen in Pruisen, of te wel Salzbergen dat nu een gemeente is in het Duitse landkreis Eemsland in de deelstaat Nedersaksen. Willem is 28 jaar oud, Maria 25.

Vier jaar voor zijn huwelijk vraagt hij een vergunning aan om een broodbakkerij te mogen oprichten in Rotterdam en wel aan de Nieuwe Binnenweg, hoek Claes de Vrieselaan. Dit staat op 20 september in de Maasbode. Op 10 oktober meldt deze krant dat de vergunning verleend is. 11 dagen later, ook in de Maasbode, lezen we dat hij de zaak niet alleen runt, maar met G.P. van de Kamp. Dat moet haast wel zijn 3 jaar jongere broer Gerardus Petrus zijn.

In 1898 vraagt hij wederom vergunning aan voor het oprichten van een bakkerij op de Nieuwe Binnenweg, in een ander pand dan voorheen. Het gaat om nummer 628.  Het is moeilijk te zeggen waar dat indertijd lag. De vergunning wordt verleend.

Uit de gezinskaarten weten we dat hij timmerman is, in ieder geval vanaf 1891 als het gezin eerst op de Binnenweg 602 woont.

In 1898 vertrekt Willem met vrouw en kinderen naar Hillegersberg waar hij achtereenvolgens in de Versijdenstraat woont op nummer 33, dan op de Bellevoijestraat 30 en als laatste op de Tiendsstraat 41. Volgens de gezinskaart die in 1920 in Rijswijk aangelegd is, arriveert het gezin aldaar op 13 juli 1920 en gaat op de Haagweg nummer 31 wonen. Er staat bij dat men uit Rotterdam komt en dat Willem geen beroep heeft. Blijkbaar kon hij rentenieren. In 1920 is hij 52 jaar oud.

Drie jaar later op 28 augustus 1923 gaat het gezin weer naar Rotterdam, naar de Graaf Florisstraat 101b. Dit pand bestaat nog en het is prachtig. Er is een benedenwoning (b.g. en 1e verdieping), nummer 101a, die in 2017 verkocht wordt (met een vraagprijs van bijna € 450,000,-). Het gezin van de Kamp heeft dus de bovenwoning en zoals we op de foto kunnen zien heeft die drie woonlagen en een schitterende erker.

In 1930 vertrekt hij voor de tweede keer naar Rijswijk (ZH) en strijkt neer op de Regentesselaan 36. Dat huis bestaat nog. Wie in de Regentesselaan woonde, woonde op stand.

In 1902 koopt hij een perceel aan de Middellandstraat en nog een aantal maal een paar percelen grond in dezelfde straat een jaar later en in in 1904. Het zal toch geen toeval zijn dat in deze straat Bakkerij P. Th. van de Kamp gevestigd is, de bakkerij van broer Petrus Theodorus. In 1907 wordt er door Willem een vergunning tot het houden van een bakkerij in de 2e Middellandstraat 10 aangevraagd, dat is het adres van de bakkerij P. Th. van de Kamp.  Zie ook de foto onderstaand bij het hoofdstukje over broer Petrus. In 1905 blijft hij aan de Middellandstraat percelen kopen en voegt daaraan toe percelen aan de in de buurt liggende Duivenvoordestraat en Aleidisstraat en een perceel op de hoek van de Duivenvoordestraat en Oostervantstraat. In 1906 wordt het niet veel anders en zo langzamerhand zal hij behoorlijk wat grond in bezit gehad hebben in Middelland.

En hij zet de zaken voort. In de periode 1907 t/m 1910 gaat het verder met de aankoop, o.a. Henegouwerlaan, hoek Oostervantstraat, dit perceel is 325m2 en kost 28 gulden per centiare / m2. Het totaal bedrag dat hij neertelt is dus 9.100 gulden, omgerekend zou dat nu bijna € 110.000,- zijn. Als hij niet in de tussentijd percelen verkocht heeft, is hij nu eigenaar van percelen die vandaag de dag miljoenen euro’s waard zijn. Mogelijk wordt er gehandeld door Willem, maar doet hij dit namens een aantal familieleden. We weten dat hij in ieder geval al samenwerkt met broers Petrus en met Gerardus. Andere straten: Akeleistraat en Henegouwerlaan. Na een periode van 2 jaar koopt hij in 1913 een perceel aan de Bingleystraat. Dat lijkt bebouwd in de verhuur te gaan in 1915, inlichtingen zijn te krijgen bij J.R. van de Kamp, dat is broertje Johannes Richardus. Idem voor de Hudsonstraat, waarbij het perceel in 1914 wordt aangeschaft. In 1914 lijkt hij te stoppen met het aankopen van percelen. Dat kan verschillende redenen gehad hebben. Misschien heeft het te maken met het aanbreken van de Eerste Wereldoorlog of hij vindt het wel genoeg geweest op zijn 46ste, of misschien was zijn portfolio aanzienlijk genoeg.

Hij overlijdt in Rotterdam op 7 juni 1931, slechts een paar maanden na zijn oudere broer, hij is 63 jaar oud geworden. Zijn echtgenote Maria overlijdt op 24 augustus 1947 in Rotterdam. Het echtpaar heeft 8 kinderen gekregen, 5 jongens en 3 meisjes. Oudste dochter Johanna overlijdt na 22 maanden

Op de tekening staat de 1e Middellandstraat, vanaf de kruising ’s Gravendijkwal rechts en de Henegouwerlaan links, uit het westen.

Engelina Maria

Engelina Maria wordt vernoemd naar de moeder van haar moeder.
Ze trouwt op 7 november 1895 in Rotterdam met Koenraad Janmaat. Zij is dan 26, hij 33 jaar oud. Koenraad is een bakkerszoon uit Nieuwveen, wonende te Bodegraven en hij neemt het beroep van zijn vader over. Het kersverse echtpaar vestigt zich in Rotterdam op de West Zeedijk 28 en later, in 1912 op nummer 38a. Het is een gastvrij gezin. Zowel zusje Maria als zusje Theodora wonen in. Maria gedurende ongeveer een jaar, Theodora woont er minstens een jaar of zes.

Koenraad overlijdt in 1923. Hij is dan 61 jaar oud. Het echtpaar heeft 7 kinderen gekregen, waarvan 3 meisjes.

Twee jaar na het overlijden van Koenraad woont Engelina op de Nieuwe Binnenweg 45, vlak bij haar familie dus.

Gelukkig ontmoet ze een tweede partner, Johannes Jacobus Henricus Pommée, geboren in Leiden. Het huwelijk vindt plaats in Rotterdam op 25 juli 1928. Engelina is dan 59 jaar oud, Johannes is 62. Hij is onderwijzer en het echtpaar vestigt zich in Rotterdam. Johannes is vast een gezellig mens, want richt samen met een aantal anderen in 1891 de vereniging Studie en Uitspanning op voor katholieke onderwijzers. Het doel is ‘den onderwijzers aan katholieke scholen de gelegenheid open te stellen tot gezellig verkeer en ’t belang van de leden te bevorderen’.

Engelina overlijdt in Rotterdam op 12 december 1933. Johannes verhuist naar Warmond en wordt 77 jaar oud.

De bruid op de bovenstaande foto is niet Engelina, maar de foto is wel rond 1895 gemaakt. Op de ingekleurde foto uit het einde van de negentiende eeuw zien we De Steiger in Rotterdam.

Gerardus Petrus

We weten dat hij in 1894 samen met broer Willem een bakkerij runt. Zie het stukje onder ‘zoon Willem David’. Gerardus is dan net getrouwd met Maria Cornelia de Haan uit Rotterdam. Zij is 21, hij 23.

Maria is de dochter van Dirk de Haan, geboren in Rotterdam en Maria Dorst, geboren in Hillegersberg. Ze wordt geboren in Rotterdam op 17 januari 1873. Dirk is winkelier en melkboer.

Voor zijn huwelijk staat Gerardus al ingeschreven in Rotterdam als bakker, hij woont dan in bij de weduwe Menting op de Noordsingel 94. Dat is een bekende naam, ook Theodorus huurt van de familie Menting op de Noordsingel, maar op andere huisnummers.

In 1901 zien we dat hij om personeel vraagt voor de bakkerszaak. Zijn zaak bevindt zich op de Nieuwe Binnenweg 437c. Later bevindt zich hier lunchroom De Drie Steden, maar die daarvan is vooralsnog geen link met de familie van de Kamp te leggen. De bakkerszaak is in 1905 nog steeds van Gerardus als hij aangemerkt staat als lid van het tijdschrift Neerlandia.

In 1910 zien we een verheugend bericht in de krant, zijn bakkerszaak heeft telefonische aansluiting. We zien ook dat hij naar een eindje verderop is verhuisd, het nieuwe adres is in dezelfde straat maar nu op nummer 263b, op de hoek van de Claes de Vrieselaan. Het lijkt om een perceel te gaan dat broer Willem heeft aangekocht. Het is een prachtige winkel, we zien die op onderstaande foto uit ca. 1923-1927, zo’rond de periode dat Gerard zijn zaken neerlegt.

Op enig moment woont ook schoonzusje Hendrika Antonia Maria de Haan bij het gezin in, ze acht jaar jonger dan Maria die in 1873 geboren is. Wanneer ze er gaat wonen is niet duidelijk, wel dat ze begin 1919 verhuist naar de Bezuidenhoutseweg in Den Haag. Ook broer Johannes is welkom in het gezin. Hij woont in vanaf 1895 tot 1897 en is dan schilder.

Dan blijft het lang stil. In 1923 blijkt dat hij vice voorzitter is geweest van de R.K. Bakkerspatroonsbond. Hij is vanaf de oprichting lid, maar moet nu zijn functie neerleggen vanwege het verlaten van zaken. Hij wordt met algemene stemmen tot erelid gemaakt.

Hij overlijdt op 31 juli 1947 in Hilversum. Maria overlijdt 5 jaar later op 24 februari 1952, ze is in Hilversum blijven wonen. Ze hebben 5 kinderen gekregen, 3 jongens en 2 meisjes. De zoons worden kantoorbediende, winkelbediende en etaleur.

Een kleinzoon wordt medisch fotograaf en genealoog. Jos van de Kamp doet decennia lang onderzoek naar zijn voorouders en dus ook naar de voorouders van de Kamp. Hij heeft hier het nodige op internet gepubliceerd. Stamreeksen en een aantal verhalen. Die laatste zijn op deze site overgenomen. Klik hier om deze te lezen.

Maria Petronella

Maria Petronella trouwt op 17 oktober 1901 in Rotterdam met de vier jaar jongere Petrus Johannes Slee afkomstig uit Rotterdam. Zij is 28, hij 24 jaar oud. De vader van Petrus komt uit Nedersaksen. Voor haar huwelijk is Maria ook al in Rotterdam en woont ze in bij haar oudere zus Engelina.

Petrus opent aan het begin van het huwelijksjaar een zaak in boter, kaas, melk en eieren op de ‘s-Gravendijkwal 262 in Rotterdam. Er worden in de loop der jaren zo af en toe advertenties geplaatst, vooral voor het werven van personeel. In 1906 wordt een net R.K. meisje gevraagd als hulp in de winkel en de huishouding, in 1907 een net R.K. kindermeisje. Vooral door dat laatste kunnen we vermoeden dat Maria meegeholpen heeft in de winkel. Ongeveer een jaar later verhuist de winkel in dezelfde straat van nummer 262 naar nummer 126. In 1912 wint het echtpaar de aanbesteding voor levering van boter à f 1,53 per kilo aan het Armenhuis en de Bureau’s van Rotterdam.

In de loop der jaren werven Maria en Petrus behoorlijk wat personeel, voor in de zaak en in het huishouden en als dienstmeisje of kindermeisje. Dan zit er natuurlijk wel eens een rotte appel tussen en dat blijft het echtpaar ook niet bespaard. In 1913 wordt er uitspraak gedaan in een zaak aangespannen tegen één van de personeelsleden. De Maasbode bericht er over op 19 november 1913. Het ontvreemde bedrag is omgerekend naar nu iets minder dan € 200,-. We zien de de eis behoorlijk is en dat taakstraffen toen nog niet bestonden, die werden pas in de jaren 70 ingevoerd.

In 1917 richt Petrus met nog 12 andere handelaren in melk, boter en kaas, allen uit Rotterdam, de Rotterdamsche Coöperatieve Melkslijters Centrale op. Naast Petrus zijn er nog twee oprichters die Slee heten, zijn broers Bernhard Heinrich, die rond 1930 een winkel heeft in de Zevenhuissteeg op nummer 6b en Johann Albert. De laatste is met schoonzusje Elisabeth Johanna van de Kamp getrouwd.

Petrus overlijdt op 44 jarige leeftijd op 22 mei 1921, slechts enkele maanden nadat zijn vader overleden is. Er staat op de gezinskaart dat het gezin een paar dagen daarvoor verhuisd zou zijn naar de Hooidrift 11a. Dat is een winkelpand. Maria blijft daar volgens de gezinskaart wonen, maar dat klopt waarschijnlijk niet en zou in 1923 naar Nijmegen vertrekken, naar de Hazekampscheweg 99. Waarom naar Nijmegen is onbekend, er zal wellicht (aangetrouwde) familie gewoond hebben, maar vooralsnog is dat nog niet bekend. Pas in 1935 keert ze terug naar Rotterdam, naar de Veelzigtstraat 29b. Ze woont hier samen met dochter Anna Maria Theodora.

Maria overlijdt op 26 oktober 1940, zij is 67 jaar oud geworden.

Op de bovenstaande ingekleurde foto van rond 1900 zien we de Coolsingel.

Johannes Richardus

Johannes wordt schilder en behanger met een eigen bedrijf, later handelsreiziger en mogelijk werkt hij samen met broer Willem in wat toch wel lijkt op handel in vastgoed. Hij woont na verhuizing naar Rotterdam eerst bij zijn broers Willem en Gerardus in alvorens hij in het huwelijk treedt met Hendrina Maria Staring.

Er is een pagina gewijd aan hem en aan zijn gezin. Klik hier om naar de pagina te gaan.

Elisabeth Johanna

Elisabeth wordt op 4 maart 1877 in Zevenaar geboren. Helaas overlijdt ze al op 12 februari 1880. Ze is net geen drie jaar oud geworden.

Theodora Christina

Theodora Christina is winkeljuffrouw, we lezen dat op haar tweede gezinskaart. Op dezelfde kaart staat ook dat ze vanaf 13 november 1899 in Rotterdam is, ze is dan 20 jaar oud. Op de eerste kaart zien we dat ze tot 3 september 1900 inwoont bij H.M. Kruitwagen op de Meent 31, tot 2 februari 1903 woont ze in bij van Geffen, het is moeilijk te lezen maar waarschijnlijk is het de Goudsewagenstraat nummer 8.

Dan trekt ze in bij zusje Engelina en zwager Koenraad Janmaat op de Westzeedijk 28, ze woont er in vanaf 2 november 1903, ze is nu 24 jaar oud. Ze verhuist mee met het gezin Janmaat in 1912 naar nummer 38a in dezelfde straat.

Ze woont voor het eerst zelfstandig op de Schiedamscheweg 38b op zijn laatst verhuist ze daarheen in 1920, als ze 41 jaar oud is. Ze is nu bijna gedoemd om vrijgezel te blijven, ze heeft de kans gemist.

Het is lastig te duiden, maar waarschijnlijk verhuist ze later naar nummer 20 en weer later naar nummer 36a in dezelfde straat. Op nummer 36a woont ook het gezin van oudste broer Theodorus op enig moment. In de periode 20 december 1920 tot 8 mei 1922 woont een neefje bij haar in, Eduardus Johannes van de Kamp, geboren in 1900 en zoon van Willem David, hij is bouwkundig tekenaar. Dat laatste lijkt erg goed uit te komen gezien de vele percelen die zijn vader koopt.

Rotterdam 1943 – Op 31 maart 1943 klinkt om 13.20 het luchtalarm in Rotterdam. Iedereen probeert zo snel mogelijk een veilig onderkomen te vinden, maar slechts een minuut later vallen de eerste bommen op de haven van Rotterdam en omgeving. In een paar minuten verandert het westen van Rotterdam in een verwoestende, brandende chaos.

Amerikaanse bommenwerpers
In de ochtend van 31 maart 1943 vertrokken 102 Amerikaanse bommenwerpers vanuit Engeland richting Nederland. Het doelwit was het havengebied van Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. Met in het bijzonder de Schiedamse scheepswerf Wilton-Feijenoord, waar onderdelen voor Duitse onderzeeërs werden geproduceerd. Om de Duitsers te verzwakken wilden de geallieerden hun oorlogsindustrie vernietigen.

Doelwit gemist
De bommenwerpers misten echter hun doelwit. Dankzij bewolking en de stromachtige wind kwamen de bommen voor een groot deel terecht in de dichtbevolkte woonwijk Bospolder-Tussendijken in Rotterdam-West. Met alle gevolgen van dien. Een ooggetuige schreef achteraf over het bombardement: “Alles werd plotseling donker om ons heen. De voorgevel viel voorover en de vloer zakte onder onze voeten weg. Dat wij het er levend afgebracht hebben, begrijp ik nog niet.”

Enorme schade
De Mathenesserweg, Schiedamseweg en het Marconiplein werden geraakt, net als de huizenblokken daarachter. In totaal werd 18 hectare gebied verwoest. Honderden mensen kwamen om het leven, de schattingen liggen tussen de 326 en 401. Ruim 3200 woningen werden vernield waardoor zo’n 16.500 mensen dakloos raakten. De schade door de ingeslagen duizendponders was enorm, maar ook de branden die daarna uitbraken zorgden voor veel schade. Pas om half 12 ’s avonds had de brandweer de vuurzee onder controle. Een groot deel van Rotterdam-West was weggevaagd. Een schoolmeisje schreef enkele dagen later in een brief aan haar vriendinnetje: “Als je op het Marconiplein gaat staan en je kijkt de Schiedamseweg af, dan zijn daar alle huizen weg tot aan de Wattierstraat.”

Theodora verhuist weer, waarschijnlijk na 1923 naar de Wattierstraat 16, in juli 1928 verhuist ze naar nummer 15 in dezelfde straat. Het bombardement van 1943 heeft ze overleefd en daarmee heeft ze veel geluk gehad. Haar voorgaande woningen waren zeker verwoest, de Wattierstraat bleef grotendeels gespaard.

Ze overlijdt op 75 jarige leeftijd in Rotterdam op 7 april 1954, 22 dagen voor zwager Johann Slee. Op 9 april wordt er melding van gemaakt in het Algemeen Handelsblad. In het Vrije Volk staat er drie dagen later over vermeld: Overleden: Th. Chr van de Kamp, ongehuwde vrouw, 75 jaar.

Op de foto links boven is de Delftsevaart te zien vlakbij de Meent. De foto is ingekleurd en genomen rond de tijd dat Theodora in Rotterdam arriveert. 

De zwart-wit foto is gemaakt in 1925 en toont de Schiedamseweg.

Elisabeth Johanna

Zij arriveert in 1904 samen met haar ouders en de benjamin in het gezin Henricus in Rotterdam. Ze is dan 23 jaar oud.
Ze trouwt met de broer van Petrus Slee, de echtgenoot van oudere zus Maria, Johann Albert Slee. Het huwelijk vindt plaats in Rotterdam op 4 mei 1905. Johann is 26 jaar oud, Elisabeth 24.
Johann is melkverkoper, geheel in de traditie van zijn familie. Twee van zijn broers zitten in de handel van melk, kaas en eieren, Petrus en Bernhard. Twee dagen na het huwelijk zien we een advertentie staan in het Rotterdams Nieuwsblad waarin staat dat Johann een nieuwe zaak opent en dat hij de kwaliteit van de melk zeer serieus neemt. Waarschijnlijk bekijken de genoemde heren of de melk goed gepasteuriseerd is, dat was belangrijk want niet gepasteuriseerde melk kon voor een ieder, maar vooral voor zwangere vrouwen een risico vormen. Overigens is het adres van de zaak ook het woonadres.

In 1906 zien we ook een telefoonnummer 4484. Overigens adverteert hij al vanaf de start van zijn zaak bijna wekelijks in diverse kranten. In 1907 zien we dat de grasboter 70 en 75 cent per halve kilo is. Dat zou nu zo’n € 8,- à € 9,- zijn dus hij verkoopt kwaliteit. Hij noemt zijn zaak nu een melkinrichting. Bij de naam J.A. Slee blijft hij toevoegen B.H. Zn. Zijn vader Bernard Heinrich is melkveehouder.

Eind augustus 1909 zien we een aantal advertenties in de krant van melkverkopers gerelateerd aan cholera. Eerder die maand is er inderdaad cholera geconstateerd bij in eerste instantie een aantal kinderen. Als we het verslag van Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Geneeskunst in het Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde lezen dan zien we dat er direct maatregelen worden genomen. Dat zal een grote uitbraak zeker voorkomen hebben. Ook wordt er gesteld dat de oorzaak waarschijnlijk het drinken van maaswater is. Het wordt fijntjes gesteld, maar het komt er op neer dat de uitbraak ontstaat bij lage inkomens gezinnen die blijkbaar niet beschikken over kraanwater. De oorzaak is dus niet bacteriën in melk, maar het is logisch dat mensen in paniek geraakt zijn. In het genoemde tijdschrift zien we dat er onder de eerste groep van 34 ziekten er zo’n 40% sterft. Dan wil natuurlijk niemand meer enig risico lopen.

Wat verder interessant is dat de drie broers Slee gezamenlijk een advertentie plaatsen. We zien ook dat Elisabeth en Johannes een ander pand hebben betrokken in de van Oldenbarneveltstraat, namelijk nummer 79.

Tot 1918 houden Johannes en Elisabeth de zaak aan op dit adres. We zien de laatste advertentie voor het bedrijf net voor Pasen in 1917. Gelukkig voor de katholieken was er plantaardige boter verschenen op de markt. Goede Vrijdag is een belangrijke vastendag en er mocht eigen maar één substantiële maaltijd genuttigd worden op die dag waarbij men zich op die dagen diende te onthouden van het eten van vlees en afgeleide producten, zoals boter, melk en eieren. Maar plantenvet was dus geen dierlijk product en daarom een fijne aanvulling. Rosa margarine bestaat nog en wordt geproduceerd door Remia voor de internationale markt.

De advertentie wordt dus geplaatst door Johann, maar ook door broer Heinrich die dan een zaak heeft op de West Zeedijk 40.

Een jaar na de advertentie verhuist het gezin naar het adres van broer Heinrich.

Elisabeth overlijdt tamelijk jong op 58 jarige leeftijd op 14 januari 1940 in Rotterdam, ze heeft net de oorlog niet meegemaakt, Johann is 75 jaar oud als hij op 29 april 1954 in Rotterdam overlijdt.

Het echtpaar krijgt maar liefst 11 kinderen, 6 jongens, 5 meisjes. Ze worden geboren in de periode 1906 – 1924. Vier van de vijf zoons gaat naar St. Louis in Oudenbosch, voormalig jongens internaat van de Broeders van Oudenbosch. Bernard Heinrich in september 1917 en juli 1918 en in april 1925, hij is dan 8, 9 en 16 jaar oud, tweelingbroer Petrus Hendrikus Theodorus in september 1917 en in september 1924, hij is dan 8 en 15 jaar oud, Johann Albert in september 1924, hij is dan 13 jaar oud, Willem David idem, hij is dan 12 jaar oud.

Gelukkig verblijft er iedere keer een aantal van de broers tezamen in dit instituut want de verhalen er over zijn niet best. Ook mogen we toch aannemen dat als de jongens het er echt heel slecht gehad hadden, dat de ouders toch een ander instituut hadden verkozen, dus ze zullen er met een beetje geluk doorheen gelaveerd zijn.

Coenraad is de jongste zoon en de enige die niet op het internaat lijkt te verblijven.

Zoon Johann Albert wordt geboren op 23 mei 1911. Hij wordt net als zijn vader melkhandelaar.

Hij vecht mee in de oorlog tegen de Duitsers. Als we bedenken dat zijn grootouders van vaderskant Duits zijn, is dat best wat geweest.

Hij wordt helaas slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog en sneuvelt in Moers net voor het einde van de oorlog op 9 februari 1945. Hij wordt herdacht op het Nederlands ereveld te Düsseldorf-Oberbilk D79.

 

Petrus Theodorus

19080827-Rotterdamsch Nieuwsblad

Petrus wordt ingeschreven in Rotterdam op 2 oktober 1899, hij is dan pas 16 jaar oud. Hij staat dan te boek als bakker. Hij woont tot november 1911 in de van Vollenhovenstraat 66 bij Poppinghuis, tot juni 1901 op de Warande 63 bij Janssen, tot oktober 1902 op de Noordsingel 23 bij Menting (daar heeft broer Theodorus ook gewoond) en tot februari 1903 op de Gaffeldwarsstraat bij v.d. Ven. Hierna keert hij voor korte tijd terug naar Arnhem. Vanaf het einde van 1903 woont hij bij de Ridder op de Kruiskade 28, hij is weer terug in Rotterdam. Na de verhuizing van zijn ouders, trekt hij bij hen in op de Middellandstraat 83, het is dan augustus 1904 en Petrus is 21. In juni van het volgende jaar verhuist hij met zijn ouders mee naar de Duivenvoordestraat 75.

Op 2 oktober 1907, hij is 24 jaar oud, woont hij op de 2e Middellandstraat 10a en runt hij een bakkerij op hetzelfde adres. Dat is voortvarend te noemen. Broer Willem is er bij betrokken, hij koopt waarschijnlijk het perceel en hij is degene die een vergunning aanvraagt voor het houden van een bakkerij op dit adres. We zien in 1908 dat Petrus personeel zoekt getuige de advertentie links uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 27 augustus van dat jaar.

Petrus zet de bakkerstraditie van zijn grootvader Kok dus voort, net als Theodorus en Gerardus zijn broers. Hij richt een heuse N.V. op in Rotterdam; N.V. P.Th. v.d. Kamp, luxe brood- en banketbakkerij. Dit bedrijf lijkt nog steeds te bestaan in 2017, nu als BV en is ingeschreven bij de KvK in Krimpen aan de Lek.

In 1909 op 4 februari trouwt hij de 23 jarige Maria Hendrika Schoots geboren in Delfshaven en dochter van Peter Jacobus Schoots die zelf uit Tiel komt en ook broodbakker is. Het huwelijk vindt plaats in Rotterdam.

Anders dan sommige van zijn zwagers en broers adverteert hij nauwelijks in de kranten. In 1922 geeft hij wel het compliment van de dag aan zijn bekenden. Het staat in de Maasbode op oudejaarsdag. Ook zijn er foto’s bewaard gebleven van de bakkerij. Bovenaan deze pagina zien we één ervan. De andere staan onder dit hoofdstukje. Ze zijn in 1942 genomen.

Op 11 februari 1925 zien we een droevig bericht. Zijn vrouw Maria is op jonge leeftijd in het St. Franciscus Gasthuis overleden. Ze is slechts 39 jaar oud geworden. Ze laat 10 kinderen achter waarvan de jongste, Job, nog geen drie jaar oud is. De oudste, een zoon genaamd Petrus, is pas 15. Dat is een groot gezin voor Petrus om te onderhouden. Hij zal ongetwijfeld hulp gehad hebben van de familie. Ze wonen allen in de buurt en zullen de kinderen opgevangen hebben.

Hij trouwt al snel weer. Op 16 november 1927 treedt hij in Rotterdam met de 35 jarige Elisabeth Johanna Maria Verbunt. Ze is geboren in Eindhoven en dochter van Franciscus Caspar Josephus Verbunt en  Johanna Helena Kerssemakers.  Waarschijnlijk is vader Verbunt sigarenfabrikant. Petrus regelt alvast een werkster om zijn toekomstige vrouw te ontlasten. Hij vraagt op 14 oktober een nette werkster voor dinsdag, vrijdag en zaterdag. Helaas mag ook dit huwelijk niet lang duren. Elisabeth overlijdt op 43 jarige leeftijd 8 jaar na het huwelijk op 6 december 1935.

Zijn tweede huwelijk lijkt kinderloos te blijven, maar dat is niet zeker. Uit het eerste huwelijk heeft hij dus 10 kinderen. Mooi evenwichtig verdeeld tussen jongens en meisjes. Zijn dochter Petronella Jacoba gaat naar de kweekschool in Etten Leur. We mogen dus aannemen dat zij onderwijzeres is geworden.

Op 27 augustus 1955 overlijdt Petrus in Rotterdam. Hij is 72 jaar oud geworden.

Henricus Hermanus

Net als de twee zwagers Slee opent Hendricus een zaak in Melk, boter en eieren.
Hij arriveert in 1904 met zijn ouders in Rotterdam, hij is dan zeventien jaar oud en start als winkelbediende. Ook zus Elisabeth Johanna woont nog in bij haar ouders, zij is 23 jaar oud. Hun oudere zus Maria is dan al drie jaar getrouwd met Petrus Slee, een jaar later trouwt zus Elisabeth met de broer van Petrus, Johann. Het is aannemelijk dat Henricus in de zaak van zus Maria en zwager Petrus werkt.

Hij treedt jong in het huwelijk, al op 14 augustus 1907, hij is dan 20 jaar oud. Hij trouwt in Rotterdam met de 2 jaar oudere Hendrika Wilhelmina Polman dochter van Wilhelmus Polman en  Maria Catharina Hoynck. Vader Wilhelmus is timmerman en wordt geboren in Zevenaar. Hij is drie jaar jonger dan Petrus, de vader van Henricus. Het is aannemelijk dat de beide vaders elkaar al lange tijd kenden.

We zien buiten de aantekening van het beroep van Henricus op de gezinskaart weinig bewijs van zijn werkzaamheden. Hij is een winkelier in boter en kaas. Dat wordt op iedere gezinskaart netjes herhaald. Hij woont langdurig op de Rosenveldtlaan 54a. Slechts een korte periode is hij ingeschreven in Hillegersberg op de Molenlaan 199. Dat is van 16 oktober 1934 tot 7 oktober 1935. Het lijkt er sterk op dat hij de woning in Rotterdam aanhoudt als hij daar binnen het jaar weer terugkeert. We nemen aan dat zijn winkel op hetzelfde adres gevestigd is.

Wat wel opvalt is dat er op nummer 57 in dezelfde straat een van de Kamps goederenhandel is, met een eigen smederij in de Jagerstraat 72. Of er een verband is, is niet duidelijk. Ook zien we op dat adres een bakkerij genoemd staan; Excelsior. De contactpersoon is J.A. de Haan.

Hendrika en hij krijgen 14 kinderen, geboren in de periode 1909 -1925. Vier meisjes en tien jongens.
Zoon Theodorus Wilhelmus Hendricus, geboren in 1909, gaat eind 1933 naar het Missiehuis in Baarle Nassau. Dat huis is van de Congregatie van de Heilige Geest. Hij overlijdt al op heel jonge leeftijd (32), in Boekel alwaar ook een huis was van deze congregatie.
Zoon Petrus Theodorus Wilhelmus komt al op 17 jarige leeftijd te overlijden.

Henricus wordt niet oud, hij is 56 als hij op kerstavond 1943 in Rotterdam sterft. Zijn weduwe overlijdt op 15 december 1955.

Bronnen en foto’s: Geldersarchief, Gemeente Archief Rotterdam, wiewaswie.nl, Delpher, Het vergeten bombardement van Rotterdam door Karlien Metz, Gemeente archief Delft, Boodschappen doen toen en nu, Rotterdams Nieuwsblad, Maasbode, Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde

 

Petrus Hendricus Everardus van de Kamp
Schema van de Kamp van der Voort
menu
(afgeschermd)